Januari : ijsvogel

Eindelijk kwam er een einde aan de grote droogte. De natte herfst zorgde voor een rijk paddenstoelenseizoen. De bomen verkleurden later dan normaal en behielden ook langer hun blaadjes. Nu is het winter. Hopelijk krijgen we wat ijsdagen, zodat de natuur zijn bioritme kan hervinden.

Januari: IJsvogel (Alcedo atthis): Azuurblauwe flits boven de Dijle! Koestersoort!

Je kan hem met geen enkele andere inheemse vogel verwarren. Met zijn opvallend blauwe en oranje kleuren is hij één van de meest exotisch gekleurde vogels in onze streek. Hij leeft in de omgeving van visrijk en helder water. Zijn lange, dolkvormige snavel is geschikt om vissen te vangen en vast te houden. De snavel van het vrouwtje heeft een oranje onderkant, het mannetje heeft een volledig zwarte snavel. Steeds op zijn hoede vliegt hij weg als je te dicht in zijn buurt komt. Eerder hoor je zijn opvallend geluid.

Vanop zijn uitkijkpost op een overhangende tak of onder een brug, tuurt hij in het water naar visjes. Na een snelle stootduik keert hij met het visje naar zijn uitkijkpost terug, slaat het visje dood en draait het met de kop naar zich toe, zodat de vis gemakkelijker naar binnen glijdt. Als een charmante verleider biedt het mannetje tijdens de paartijd visjes aan zijn toekomstige aan. Samen graven ze een nestholte uit in een zanderige oeverwand.

Zijn Nederlandse naam is waarschijnlijk een verbastering van de Germaanse naam ‘Eisenvogel of ijzervogel’. Die naam slaat op de metaalachtige glans van het blauwe verenkleed. Een andere verklaring is dat de ijsvogel ’s winters bij wakken in het ijs werd gezien om er vissen te vangen.

Jarenlang was de ijsvogel een bedreigde soort. Maar door de betere waterkwaliteit van de Dijle kan je hem ’s winters ook op stille plekjes in de binnenstad zien. In de stad is het immers warmer dan in het buitengebied.