Juli: koninginnenpage

Juli: Koninginnenpage (Papilio machaon): onze grootste inheemse dagvlindersoort, maar ook één van de mooiste!

Wie een moestuin heeft met venkel, wortelen, pastinaak, engelwortel of dille heeft veel kans om daarop een bontgekleurde rups van de koninginnenpage te zien. Sommige schermbloemen zijn waardplanten voor de rups. Mannetjes- en vrouwtjesvlinders ontmoeten elkaar op hoge plaatsen, zoals heuvels en torens van kastelen en kerken. Na de paring plakt het vrouwtje telkens één eitje aan de stengel of het blad van de waardplant.

De jonge rups gelijkt door de zwarte kleur met witte vlek op een uitwerpsel van een vogel. Als een echte vreetmachine barst de rups letterlijk uit haar voegen. Na vier keer vervellen is de rups tenslotte erg kleurrijk, groen met zwarte dwarsbanden, wit en oranje vlekken. Verstoor je de rups, dan produceert ze een oranje onwelriekende stof uit een klier in de nek. Zo schrikt ze vijanden af.

Als de rups volgroeid is, spint ze op een schaduwrijk plekje een zijdedraad, waarmee ze zichzelf vastmaakt aan een takje of stengel. Vervolgens ontdoet ze zich van het kleurrijke omhulsel en verandert ze in een bruine of groene pop. Als de ontwikkeling van de vlinder in de pop voltooid is, kruipt hij uit de pop. Het duurt enkele minuten vooraleer hij kan vliegen. Eerst moet de vlinder voldoende bloed naar zijn verkreukelde vleugels pompen.

De volwassen page heeft een spanwijdte tot 75 mm. Het is een opvallende grote, gele vlinder met aan de rand van de vleugels een brede doorlopende band van blauwe vlekken, die eindigen in een rode vlek. De vleugelrand is zwart omzoomd en ook de vleugeladers zijn zwart. Op het uiteinde van de achtervleugel is een staartje, typisch voor alle pages.

De koninginnenpage gebruikt zijn lange roltong om nectar op te zuigen. Ze zijn verlekkerd op de nectar van allerhande kruiden, zoals rode klaver, vlinderstruik en akkerdistel.

In België is hij hoofdzakelijk een standvlinder. Alleen in warme zomers ontstaat een tweede of zelfs derde generatie vlinders.

Weetjes:

  • Rupsen ademen door gaatjes in hun poten.
  • Ruiken gaat bij vlinders niet via de neus, want die hebben ze niet. Ze ruiken met hun voelsprieten, maar ook via ruwe haartjes aan de poten. Zo ruikt het mannetje de lokstof (feromoon) die de vrouwtjes verspreiden om te paren.
  • Vlinders kunnen ook proeven, maar dat doen ze niet met hun tong. Wel met de onderste deeltjes van hun poten: de tarsen.