Februari: Gewoon sneeuwklokje

Februari: Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis), Narcissenfamilie: Vroege voorjaarsbode, in of bij de sneeuw groeiend!

De meeste auteurs nemen aan dat het sneeuwklokje in Vlaanderen niet inheems is, maar dat de plant er wel sinds lang ingeburgerd is (archeofyt). In Vlaams-Brabant is het aantal vindplaatsen sterk toegenomen, dikwijls in landgoederen, parken en tuinen als stinsenplant, maar ook in vochtige loofbossen en op de oevers van schaduwrijke beekjes. De bollen worden vooral via beken en rivieren verspreid. Bij overstromingen brokkelen de oevers af en voert het water losgekomen bollen mee. Ook mieren helpen een handje bij de verspreiding. Aan het zaad zit een ‘mierenbroodje’, een wit zoet uitgroeisel dat mieren graag aan hun larven voeren. De wilde vorm groeit vaak samen in tuinen met gecultiveerde vormen.

Elke bloeistengel draagt één knikkende bloem, met zes bloemblaadjes. De bloem lijkt wit, maar feitelijk is ze kleurloos. Een fijngeknepen bloemblad blijkt glashelder te zijn, omdat de luchtbelletjes tussen de cellen dan weg geperst zijn. Het is deze lucht die het invallende licht in alle richtingen weerkaatst, waardoor het als wit wordt waargenomen.

Het sneeuwklokje staat symbool voor hoop en lenteverwachting. Eén van de vele volksnamen is ‘vroegopjes’.

Opgelet, alle delen van de plant zijn giftig!